Vanouds kwam voorlichting over bijenhouderij en bijenziekten voor rekening van het ministerie van Landbouw en werd het verzorgd door het consulentschap in algemene dienst voor bijenhouderij en insectenbestuiving (en DLV, IKC, ...). Omdat de rijksoverheid voorlichting voor sectoren niet tot zijn taak rekent is deze voorlichting sinds eind tachtiger jaren gaandeweg afgebouwd. Om soepel af te bouwen mocht de Ambrosiushoeve nog jarenlang een beetje voorlichting doen. Dat beetje voorlichting door PPO-bijen/Bijen@wur hebben de bijenhoudersverenigingen en bonden later jarenlang op eigen kosten in stand gehouden. Maar ook dat gaat voor een deel veranderen.
Uit de analyse van de bijenhouderij in Nederland die wij maakten voor het Ministerie van LNV, Visie bijenhouderij en insectenbestuiving, bleken het gebrek aan voorlichting en goede scholing de belangrijkste knelpunten te zijn. Het Deltaplan ‘Duurzame en vitale bijenhouderij in Nederland’ van de NBV concludeerde vergelijkbaar. Echter heeft de overheid die aanbevelingen niet overgenomen, zodat het gebrek aan voorlichting blijft bestaan. En de verantwoordelijkheid blijft ook bij de bijenhouderij zelf liggen.
Het tientje voor de Ambrosiushoeve
Het onderzoek op de Ambrosiushoeve werd gezamenlijk betaald door het Ministerie van LNV, het Landbouwschap/Productschap Tuinbouw (PT) en de imkerorganisaties. De laatste droegen per lid jaarlijks een tientje bij. Met de invoering van de euro werd dat € 4,53 per lid. De imkerorganisaties hebben dat bedrag als onderzoeksgeld gehandhaafd, en kunnen het verdelen over verschillende doelen. Het geven van voorlichting aan imkers (antwoorden op imkervragen) was daar één van, maar ook het uitgeven van bestuivingsfolders en een broedziektenfolder.
Hoe krijg je meer voorlichting voor minder geld?
De eerste logische gedachte was om het imkertientje niet meer in te zetten voor onderzoeksprojecten, maar voor voorlichting. Onderzoek is erg duur, zodat voor het budget van de imkerij maar heel marginaal onderzoek kon worden gedaan. De laatste jaren werd daarom ook al vooral aan folders en factsheets gewerkt. Als je als imkerij al het geld uit de tientjespot gebruikt voor voorlichting kun je toch meer doen dan tot dusverre. De NBV heeft dit voorjaar besloten dat te doen met zijn onderzoeksbudget. Bovendien heeft de NBV het besluit genomen dat per 1 juli 2010 niet meer aan Bijen@wur uit te besteden, maar het in eigen hand te nemen.
Wat betekent dat concreet?
- imkers van de NBV:
Vanaf 1 juli 2010 zullen imkers van de NBV zich met vragen moeten wenden tot de NBV zelf: het Bijenhuis bellen. Als u ons belt kan het ook zijn dat we u eerst doorverwijzen naar het Bijenhuis - imkers van de ANI en ABTB:
U kunt ons gewoon blijven bellen, want de ANI en ABTB hebben besloten de voorlichting voor hun leden wel bij ons te blijven inkopen, in ieder geval tot de NBV de voorlichting op orde heeft.
De bedoeling van de NBV is uiteraard om de voorlichting steviger aan te zetten en een continu bereikbare voorlichter aan te stellen. Helaas is het nu beschikbare budget niet toereikend voor een full time kracht. Ook is nog niet helder hoe de actualiteit gewaarborgd gaat worden. In onze visie voor de minister hadden wij met klem aangedrongen op het fysiek koppelen van de voorlichting aan het onderzoek.
Wat blijft onveranderd?
Bijen@wur blijft wel, ook in opdracht van de imkerij, de begeleiding van de bestrijding van Amerikaans vuilbroed verzorgen. Dus bij vermoedens en vragen daaromtrent kunt u ons gewoon blijven bellen en E-mailen.
Gerichte vragen over bestrijding van varroa zullen wij ook blijven beantwoorden, omdat voorlichting daarover onderdeel is van het EU/LNV gefinancierde onderzoek over varroa-bestrijding.
Het insturen van monsters dode bijen om ze te analyseren op bijenziekten kan ook gewoon doorgaan, en het onderzoek hieraan is kosteloos. Voor ons is het handig als u gebruik maakt van het download formulier bij de inzending. Als u dode bijen hebt en een spuitschade/vergiftiging vermoedt, moet u dat meteen bij de AID melden (niet zelf monsteren).
Daarnaast bent u verplicht bij het invoeren van koninginnen uit derde landen de kooitjes met verzorgsters naar ons op te sturen om ze te laten controleren op Tropilaelaps-mijt en op de Kleine bijenkastkever (Aethina).
| < Vorige | Volgende > |
|---|


